Toen in Brukske het licht uitging, net toen de soep op tafel kwam

Het was de eerste echt koude zondag van oktober. Zo’n avond waarop de regen schuin over de Leunseweg waait en je blij bent dat je binnen zit. Mijn schoonmoeder kwam eten, dus de oliekachel in de serre stond al sinds vier uur te loeien, want “het is daar altijd zo fris”. De oven stond aan voor de appeltaart. Ik zette de waterkoker aan voor thee. Klik. Donker.

Niet het hele huis, dat was het rare. In de keuken brandde het lampje van de afzuigkap nog, maar de woonkamer, de serre en de gang lagen stil. Mijn schoonmoeder zat in het donker aan tafel en zei droog: “Nou, gezellig.”

Een meterkast uit 1974

Ons huis is een rijtjeswoning uit 1974, zoals er zoveel staan in Brukske. Fijne buurt, kwartiertje lopen naar de Grote Markt, en de tuinen zijn net groot genoeg voor een barbecue en een trampoline. Maar de meterkast is nog grotendeels origineel. Vier groepen, één aardlekschakelaar die maar de helft van het huis bewaakt, en een vergeeld stickertje van een installateur die volgens mij allang met pensioen is.

Met de zaklamp van mijn telefoon stond ik ernaar te kijken als een hond naar een onweersbui. Eén schakelaar stond omlaag. Omhoog zetten, licht aan. Twee minuten later ging de waterkoker weer aan: klik. Buurman Jan, die hier woont sinds de huizen er staan, stond inmiddels in de gang met zijn eigen zaklamp. “Te veel op één groep,” zei hij. “Dat heeft de halve straat al gehad.”

Wat er eigenlijk aan de hand was

Achteraf is het logisch. In 1974 had niemand een oliekachel van 2000 watt, een airfryer, een elektrische fiets aan de lader en een vaatwasser die allemaal op dezelfde avond draaien. De installatie in veel van die huizen is aangelegd voor een paar lampen, een koelkast en een wasmachine. Wij hebben er in de loop der jaren gewoon dingen bij geprikt, met verlengsnoeren en stekkerdozen, zonder ooit stil te staan bij de vraag welk stopcontact op welke groep zit.

De volgende ochtend heb ik, met een kop koffie in de hand en nog steeds een beetje chagrijnig, op mijn telefoon gezocht naar een elektricien Venray. Diezelfde middag stond er iemand in onze gang die rustig uitlegde dat de serre, de woonkamer en de helft van de keuken op één groep hingen. Geen wonder dus. Hij liet ook zien dat de oude aardlekschakelaar maar een deel van de groepen beschermt. Dat wist ik eerlijk gezegd niet.

Waarom juist in de herfst

Wat me is bijgebleven, is dat dit soort storingen vaak in oktober en november opduiken. De dagen worden korter, de lampen gaan eerder aan, de bijverwarming komt van zolder en tegen eind november hangen in Veltum en Landweert de eerste lichtslingers al in de voortuin. Alles tegelijk, en dan blijkt pas wat een oude installatie aankan.

Ik ben geen expert en ik ga niemand vertellen wat hij moet doen. Maar woon je in een huis uit de jaren zestig of zeventig, in Brukske, in de Brabander of in een van de kerkdorpen zoals Oostrum of Merselo, dan is het misschien slim om eens met een zaklamp in je meterkast te kijken. Hoeveel groepen heb je? Zit er op elke groep een aardlekbeveiliging? En weet je eigenlijk welk stopcontact waarop zit? Weet je het niet, dan is een elektricien Venray laten meekijken een kleine moeite vergeleken met een avond in het donker.

Hoe het afliep

Wij hebben de kast laten vervangen en er zijn twee groepen bijgekomen, eentje alleen voor de keuken. Het was in een ochtend gepiept. Mijn schoonmoeder kwam twee weken later opnieuw eten, keek veelbetekenend naar de oliekachel en zei niets. De appeltaart was deze keer wel op tijd klaar, en de kerstboom mag er straks gewoon bij.

Verbonden artikelen

Ontdek meer : Gerelateerde verhalen